Afdrukken

Turnen is een sport waarbij kracht, flexibiliteit, snelheid, coördinatie, balans en elegantie naar voren komen. Al deze eigenschappen zijn van groot belang in de sport.

Sommige toestellen en elementen vragen veel van bepaalde eigenschappen, bijvoorbeeld balk bij de dames, waar elegantie en balans sterk in naar voren komen. Maar sowieso zijn op alle toestellen alle eigenschappen benodigd en kunnen deze elkaar ook sterk aanvullen.

Flexibiliteit, ook wel lenigheid, kan de kans op blessures verminderen. Kracht maakt veel elementen makkelijker. Ook oefeningen zijn dan minder moeilijk, turnen is een erg intensieve sport: een krachtsexplosie en daarna weer uitrusten. Na een korte oefening is een deelnemer meestal al erg moe.

Trainingsfrequentie

Wedstrijdturners trainen minimaal 2 tot 3 uur per week om de elementaire beginselen van het turnen te leren. Om aan de landelijke competitie mee te doen, is meer training nodig en zal een turner al op jonge leeftijd, vaak voor het negende jaar, moeten beginnen met de training. Drie tot vijf keer per week trainen, en dan 3 á 4 uur per keer, is geen uitzondering bij deze sport.

Bij topsport (hoogste niveau) wordt vaak 20 tot 30 uur per week getraind, wat soms moeilijk te combineren is met school en werk

Proefles